![]() |
ontslag: "het beste wat me kon overkomen" Gedwongen ontslag. Een absoluut dieptepunt? Zo voelt het in eerste instantie zeker. Maar deze drie survivors begonnen aan een geheel nieuwe carrière en zouden nooit meer terug willen naar hun oude vak. «Ik ben uiteindelijk blij dat ik ben ontslagen. Anders had ik deze stap nooit genomen.» Recessie. Bezuinigingen. Gedwongen ontslagen. Het lijkt wel of we weer in de jaren tachtig zijn beland, al zingt Doe Maar niet meer over de bom die elk moment kan vallen en is de acterende president van de Verenigde Staten vervangen door een cowboyvariant. Je zou somber worden van de negatieve economische voorspellingen, bang voor wat de toekomst nog meer in petto heeft. Wilde initiatieven om zelf een bedrijf te beginnen, van baan te veranderen, te gaan freelancen of een sabbatical te nemen, belanden achter in de kast. Draaide het in tijden van voorspoed om zelfontplooiïng, nu zijn we terug bij de basis: we werken toch in de eerste plaats om geld te verdienen. Wie z'n baan nog heeft, mag blij zijn, zo is de algemeen heersende gedachte. Manon Dahler, Aleid Uhl en Renée Schnitzler kregen het gevreesde vonnis te horen: zij werden ontslagen. Een somber verhaal? Integendeel. Natuurlijk hadden ze het moeilijk met hun gedwongen ontslag, maar het gaf hun ook net de zet die ze nodig hadden om hun dromen na te jagen. Ha fijn, ik ben ontslagen: een merkwaardig motto. En toch gaat het voor hen alledrie op. Klassiek geval van de ratrace. Aleid Uhl (38) werkte hard als communicatiemanager bij een groot bedrijf. Zes uur 's ochtends ging ze van huis om de files voor te zijn en acht uur 's avonds plofte ze moe op de bank. Drie keer per week naar de drive-in, rennen en vliegen, de vakantie als ontsnapping. Ze hield van haar werk, dat wel. Tot de recessie inzette en voor haar vooruitstrevende communicatiebeleid ineens geen animo meer was. Je ziet het overal binnen bedrijven gebeuren: kortetermijndenken, gericht op het directe financiële resultaat en niet op het welzijn van de werknemers. Aleid kwam vaak huilend thuis, had het gevoel dat ze als een Don Quichote tegen de windmolens vocht. Maar ja, wat dan? Ontslag nemen zonder uitzicht op een andere baan? Dat durfde ze niet aan. Met de moed der wanhoop hield Aleid een vlammende presentatie waarin ze haar visie over het voetlicht bracht. Het management zag er geen brood in en besloot haar te ontslaan. Ze kreeg een klassieke gouden handdruk en dat was het dan. Wie ben ik, wat wil ik, hoe gaat mijn toekomst eruitzien? De grote levensvragen dringen zich op als je zomaar zonder dag- of portemonneevulling zit. «In het zakelijk leven heb ik een kant van mezelf gezien die ik niet leuk vind,» zegt Aleid. «Ik functioneer prima in een keiharde omgeving, maar met menselijkheid heeft 't niets te maken. Je speelt een rol, bent een pop in het spel en iedereen neemt dat spel heel serieus. Ik wil daar nooit meer naar terug.» Van het geld dat ze met haar ontslagbrief meekreeg, ging ze beeldhouwen in Italië. Ze kwam vervuld terug, wist wat ze wilde: steenhouwer worden. Een klassiek vak, geurend naar andere tijden waarin elke steen nog noest met de beitel werd bewerkt. Terug in Nederland meldde ze zich op een goede dag aan bij een steenhouwerij, hopend op een kans. Haar grote Mercedes parkeerde ze om de hoek, lippenstift liet ze maar even achterwege. De eigenaar, een grote Fries met een woeste baard en felblauwe ogen, wilde de binnenkant van haar handen zien. Aleid toonde haar schone, roze kussentjes. Geen ervaring, geen eelt: je kunt dus niks, concludeerde de Fries. En bood aan om haar het vak te leren. De grote Mercedes maakte plaats voor een rammelende tweedehands, ze verruilde haar nette pak voor een overall en greep de beitel in plaats van de laptop. Zo begon haar tweede carrière: onderaan de ladder en voor een minimaal salaris - op z'n zachtst gezegd even wennen als je eerst een jaarsalaris van anderhalve ton verdiende. Dat betekent: kleren in de uitverkoop, thuis afspreken met vrienden en windowshoppen in plaats van winkelen. Zo werd ze leerling-gezel, daarna gezel. Aleid: «Ik heb een universitaire achtergrond en dit was een opleiding op MBO-niveau, maar ik heb nog nooit zo hard moeten werken.» Ze restaureert gotische ramen, schouwen en kapitelen, maakt gevelstenen en beelden naar voorbeeld. Van communicatiemanager werd ze de eerste vrouwelijke steenhouwer in de restauratie. Temidden van levensgrote zagen, boren en een stel robuuste mannen is ze, van top tot teen bestoft, elke dag heerlijk aan het hakken. In de zomer buiten in de zon, 's winters in de werkplaats. Zwaar en eerlijk werk waar ze energie van krijgt. Goed voor het hoofd ook, dat er schoon van waait. De mannen zijn echt haar maten - elke twee uur drinken ze koffie en dan wordt er flink gelachen. Ja, het voelt als familie. Geen spelletjes, geen strategie, geen facade. Wanneer Aleid over haar vak vertelt, beginnen haar wangen te gloeien. «Ik wil dit mijn leven lang blijven doen. Ze hebben me gevraagd om een kaderopleiding te volgen, maar ik wil nooit meer managen. Steenhouwen is het enige wat ik wil. Laat mij maar hakken.» Ze roemt de eerlijkheid van steen. «Vanuit mijn oude beroep ben ik gewend om alles wat recht is krom te praten. Als steenhouwer moet je goed passen en meten. Doe je dat niet, dan zit er een deuk in. Na afloop kan ik alleen maar zeggen: klopt, dat heb ik verkeerd gedaan. Het is echt een vak. Sinds ik dit doe, ben ik minder complex geworden. Ik heb een simpele kijk op de dingen: het klopt of het klopt niet. Je moet met blote handen hakken, zodat je kunt voelen of er geen kuilen en hobbels in zitten. Als er in mensen kuilen of hobbels zitten, voel ik dat ook direct. Ik zoek het pure op, houd manipulerende mensen op afstand. Het steenhouwen vervult me zo dat al het andere ruis is.» Ze verbaast zich over vriendinnen, die tobben in de liefde en eindeloos navelstaren; al herinnert ze zich vaag dat ze in een vorig leven ook zo was. Aleid: «Het leven wordt echt simpeler als je iets doet waar je heel gelukkig van wordt.» |
© Copyright Siska Mulder - www.siskamulder.nl |
|