hoe veilig voelt u zich op straat?

Onderzoeken kunnen wel uitwijzen dat de criminaliteit in Nederland daalt, dat wilt nog niet zeggen dat we ons veiliger vóelen. Het gaat de goede kant op, dat zeker. Steeds meer Nederlanders zetten zich in voor de leefbaarheid in de buurt. Anonimiteit blijkt de grote vijand. Wie zijn buren kent, voelt zich veiliger.

De discussie over de (on)veiligheid op straat wordt al gauw ingewikkeld. Immers: je hebt de harde cijfers over criminaliteit die positief lijken te stemmen. Volgens de Politiemonitor Bevolking 2005 zijn burgers minder vaak slachtoffer geweest van woninginbraak, diefstal uit de auto, vernieling aan de auto, fietsdiefstal en geweldsdelicten. Maar ons gevoel van veiligheid trekt zich lang niet altijd wat aan van de harde feiten. Ida Haisma, directeur van het Centrum voor Criminaliteitpreventie en Veiligheid (CCV): "Tal van onderzoeken wijzen uit dat het veiliger wordt in Nederland, zelfs veel veiliger. Maar er heerst een soort algemeen ontevredenheidsgevoel. Nederlanders zijn het oneens met hoe het nu in ons land gaat en dat gevoel wordt ook op de veiligheid geprojecteerd. 'Het is er hier niet beter op geworden', hoor je vaak. Maar wat dan niet? Die oneliners zeggen weinig over hoe het met de veiligheid gesteld is." In het algemeen kun je niet zeggen dat het er onveiliger op is geworden, stelt ze. Wel dat er een verschuiving te zien is, dat een bepaalde vórm van criminaliteit is gestegen. De agressie is toegenomen en 70% van de geweldsdelicten vindt onder invloed van alcohol plaats. Het blijkt dus behoorlijk gevaarlijk om in de buurt van café's, clubs en andere horecagelegenheden te verkeren, zeker tegen sluitingstijd.

Alex Voets, directeur van de stichting WijkAlliantie, trekt graag een vergelijking met het weer: als het 5 graden boven nul is, kan het voelen als -5 vanwege de wind. "Je hebt de feitelijke onveiligheid en de gevoelswaarde," zegt hij. "Al vinden er geen vandalisme- of criminaliteit-incidenten in een buurt plaats, dan kan het toch onveilig voelen." De stichting WijkAliantie zet zich nu al een kleine tien jaar in voor de veiligheid op straat. De stichting ondersteunt en motiveert burgers om zich in te zetten voor een prettige leefomgeving. Anonimiteit geeft een onveilig gevoel, weet Alex Voets uit ervaring. Onbekend maakt niet alleen onbemind, maar ook angstig. Als bewoners binnen een buurt elkaar leren kennen, als is het maar oppervlakkig, neemt het gevoel van vertrouwdheid en daarmee ook van veiligheid toe.

Bedreigingen en gewelddadige overvallen

Wat zeggen de cijfers? Het zijn gemengde berichten, laten we het daarop houden. Zo is het aantal aangiftes van bedreiging met 11% toegenomen ten opzichte van 1993. En als het om de overlast van jongeren in de buurt gaat, is dat zelfs een stijging van 30%. Het aantal geweldsdelicten is in 15 jaar verdubbeld - daarbij moet wel in het oog worden gehouden dat de bevolking in die tijd ook flink is gegroeid. De Politiemonitor 2005 juicht: 'voelde in de jaren '90 zo'n 30 procent van de bevolking zich 'wel eens' onveilig, in 2005 is dat gedaald naar 24 procent. Het percentage mensen dat zich 'vaak' onveilig voelt, is in tien jaar gedaald van 6,9 naar 3,7 procent'.

"Ach," reageert Alex Voets droogjes. "Ik heb gemengde gevoelens bij de Politiemonitor. Het gevoel van veiligheid kun je alleen laten meten door een onafhankelijke instantie, die er geen belang bij heeft dat het plaatje er zo rooskleurig mogelijk uitziet. Niks is zo geschikt om mee te sjoemelen als statistieken. De drugsoverlast is de laatste tien, vijftien jaar enorm toegenomen. De afgelopen twee, drie jaar zie je een afname van criminaliteit en de overheid concludeert daaruit dat men zich dus veiliger voelt. Terwijl het aantal geweldsmisdrijven ten opzichte van burgers de laatste jaren fors is toegenomen. Dan kan het aantal diamantroven of bankovervallen wel zijn gedaald, maar die vormen van criminaliteit zorgen niet voor onveiligheid. Dat zijn de gewelddadige overvallen waarbij oude mensen van hun handtasje worden beroofd."

Een grote drugsdealer in de buurt, illegale huisjesmelkers, slachtoffers die aangifte doen van geweld en bij wie de ruiten worden ingeslagen... Je moet de factoren bekijken die de leefbaarheid beïnvloeden, stelt hij. Zelf schermt Alex Voets daarbij ook met onderzoek: burgers die uit zestig factoren konden kiezen die ze belangrijk vinden in de buurt, hadden sociale cohesie op nummer één staan.

Niet dat hij pessimistisch is, integendeel. In grote stadswijken is het gevoel van veiligheid toegenomen. Daar wordt op een succesvolle manier samen met burgers gewerkt aan het terugdringen van de criminaliteit. Kleine buurtwinkels om de hoek, speelplekken voor de kinderen, plekken waar bewoners elkaar kunnen ontmoeten: dit alles draagt bij aan een leefbare buurt die veilig aanvoelt. "Burgers moeten ervan overtuigd zijn dat hun problemen door de overheid au sérieux worden genomen," zegt hij. "Het vertrouwen moet er zijn en dat is niet direct meetbaar." Overigens onderstreept de Politiemonitor dit: 'mensen ervaren in 2005 minder problemen in hun buurt dan in 2004. Dit geldt voor allerlei soorten problemen: van bijvoorbeeld vernieling, diefstal, en inbraak tot agressief verkeersgedrag, dreiging, drugsoverlast, verloedering, bekladding en hondenpoep'.

Niet alleen in achterstandswijken voelen bewoners zich vaak onveilig. WijkAlliantie trekt eveneens de betere buurten in en heeft gemerkt dat bewoners daar net zo goed last hebben van een unheimisch gevoel als ze nauwelijks weten wie er naast hen woont. Ze willen daar veelal graag wat aan veranderen, maar wie neemt het initiatief? Een beetje ondersteuning in de vorm van een actieve stichting of een buurtbemiddelaar (gefinancierd door de overheid) kan daarbij helpen. Steeds meer burgers zetten zich vrijwillig in voor de leefbaarheid in de buurt. Marokkaanse buurtvaders die rondhangende jongeren corrigeren en stichtingen tegen 'zinloos geweld': het zijn voorbeelden van hoe de burger zich actief inzet om problemen te lijf te gaan.

Samen straatje vegen

Zero tolerance ! schreeuwen de politieke voorstanders van de harde lijn. Met name in de gemeenteraad van Rotterdam was de afgelopen jaren stevige taal te horen. Margreet Grundmeijer van de Rotterdamse stichting Opzoomer Mee gelooft net als Alex Voets meer in 'zachte' dan harde maatregelen: je kunt criminelen wel streng straffer, maar het is veel effectiever om het saamhorigheidsgevoel onder burgers te versterken. Het begon ruim tien jaar geleden met de Opzoomerstraat die spontaan een dag organiseerde waarop bewoners de straat schoonmaakten - dit was meteen een aardige manier om elkaar te leren kennen. Al snel volgden meer straten, die ook genoeg hadden van het zwerfvuil en de graffiti in hun buurt. Dit resulteerde in een grote, gezamenlijke voorjaarsschoonmaak waarbij Rotterdam massaal met gele bezems het vuil te lijf ging. Margreet Grundmeijer: "Je hebt wijken waarin nooit iets gebeurt en bewoners zich toch heel onveilig voelen op straat. En je hebt wijken waar vaak iets aan de hand is, maar waar ze 's avonds toch gewoon de straat opgaan. Als burgers vertrouwen in elkaar hebben, gaat het gevoel van veiligheid omhoog. Of meer blauw op straat werkt, zou ik niet durven zeggen. Ik weet wel dat bewoners zich veiliger voelen als ze de buurtagent kennen. Veilig en vertrouwd lopen met elkaar op. Onze stichting is erop gericht dat mensen elkaar op straatniveau leren kennen, waardoor de sociale samenhang wordt versterkt. Het helpt als ze zich actief opstellen in hun eigen straat, dan kunnen problemen voor zover mogelijk samen worden opgelost."

Gezamenlijk de planten in de gemeentetuintjes en de openbare plantenbakken verzorgen, spelletjesmiddagen voor de kinderen organiseren, buurtdiners houden: dit soort activiteiten maakt burgers vertrouwd met elkaar, waardoor ze zich minder onveilig voelen. In ruim tweehonderd Rotterdamse straten zijn inmiddels concrete afspraken gemaakt om de buurt leefbaar en dus veilig te houden. Bewoners hebben daarbij in een convenant vastgelegd dat ze de buurt zullen schoonhouden, huisvuil volgens de regels buitenzetten en de hond niet op de stoep laten poepen. Ook beloven ze elkaar te groeten, nieuwe bewoners te verwelkomen en met gepaste snelheid door de buurt te rijden. Het convenant geldt pas als eenderde van de buurt zijn handtekening heeft gezet. Borden met teksten als 'wij groeten elkaar' moeten bewoners blijvend aan de afspraken herinneren. Margreet Grundmeijer: "Daar wordt soms lacherig over gedaan, maar zo kun je medebewoners wel op de regels wijzen."

Camera's aan en deuren op slot

Ida Haisma van het CCV maakt onderscheid tussen fysieke en sociale maatregelen om het veiligheidsgevoel te vergroten. Met fysiek bedoelt ze: cameratoezicht op straat, goede verlichting, zwerfvuil verwijderen en regelmatig surveilleren. "Schoon en heel zijn belangrijke factoren," zegt ze. "In een verloederde wijk voelt men zich eerder onveilig."

Het bedrijfsleven stelt zich ook steeds actiever op. Om ondernemers te stimuleren is de   Kwaliteitsmeter Veilig Ondernemen ingevoerd, een keurmerk voor bedrijven die zich inzetten voor de veiligheid op straat. Nog belangrijker vindt zij sociale maatregelen: manieren om de mentaliteit te veranderen. Bijvoorbeeld een zwembad dat een gedragsprotocol invoert waar bezoekers zich aan moeten houden. Klein beginnen, is het devies.

"Ik vind het belangrijk om veiligheid niet als een technische kwestie te benaderen," benadrukt Ida Haisma. "De techniek is alleen een hulpmiddel om het gedrag van mensen te veranderen. We kunnen ons beter op het voorkomen van criminaliteit richten, dan op de repressie ervan. Dat is ook goedkoper voor de samenleving. Het is niet alleen belangrijk dat bedrijventerreinen en winkelgebieden schoon en netjes zijn, maar ook dat burgers hun huis goed op slot doen. Veiligheid is iets van ons allemaal. Als we dat bewustzijn vergroten, hoeven we ons niet onveilig te voelen."


 
 

© Copyright Siska Mulder - www.siskamulder.nl
Op de inhoud van deze site berust copyright, niets van de inhoud van deze website mag zonder de uitdrukkelijke toestemming
van de auteur of haar vertegenwoordigers worden overgenomen op wat voor manier of in welke vorm dan ook.
Dit artikel is eerder verschenen in Libelle.