![]() |
bang voor morgen Marie Claire volgde 24 uur lang een vluchtelingengezin. De Koerdische vluchtelinge Elif Uzpak (31) en haar gezin weten na meer dan vijf jaar nog altijd niet waar ze aan toe zijn. Mogen ze in Nederland blijven of niet? Haar twee kinderen spreken inmiddels vloeiend Nederlands en gaan hier naar school. Elif: «Ik moet wachten, steeds maar wachten. Ik snap niet waarom. Hoelang gaat dit nog duren?»Vijf jaar en vier maanden wacht Elif Uzpak nu. En ze weet nog steeds niet of ze in Nederland mag blijven. Samen met haar man Ali en hun twee zoons woont ze in Emmaus, een noodopvanghuis in Eindhoven met tien plaatsen, dat door vrijwilligers wordt gerund. Elif en Ali zijn Koerdisch. Zoals veel Koerden zijn ze gevlucht uit Turkije omdat haar man in gevaar was. Hij maakte propaganda voor de PKK, de verboden Koerdische afscheidingsbeweging; hij schreef kritische krantenstukken en ging naar de dorpen waar hij toespraken hield voor een onafhankelijk Koerdistan. Ali is verscheidene malen opgepakt en gemarteld door de Turkse politie. Drie jaar zat hij ondergedoken en vocht ondergronds voor zijn idealen. Daarna wist het gezin te vluchten in een auto, met behulp van mensensmokkelaars. Ali en Elif wilden graag naar Nederland, omdat het een democratisch land is waar de mensenrechten worden gerespecteerd. Elif spreekt gebrekkig Nederlands, maar sommige woorden rollen moeiteloos uit haar mond: eerste procedure, tweede procedure, status - de terminologie van de beleidsmakers. «Mijn man was bijna tien jaar actief in de politiek,» zegt ze. «We kregen problemen, het was gevaarlijk. Heel gevaarlijk voor mijn man en kinderen. We moesten vluchten. Als Ali teruggaat naar Turkije, moet hij naar de gevangenis, dat weet ik honderd procent zeker.» In Turkse gevangenissen wordt op grote schaal gemarteld (aldus het jaarrapport 2002 van Amnesty International). Vooral politieke gevangenen lopen gevaar; slachtoffers zijn onder andere Koerdische activisten. De vrees bestaat dat Ali levenslang in de gevangenis verdwijnt. De Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) vond het verhaal niet overtuigend. Inmiddels zit het gezin in de tweede procedure. Haar kinderen zijn elf en acht jaar. Botan en Agit, leuke jongens met een feilloos Brabants accent. Ze hebben Koerdische namen die in Turkije verboden zijn. De jongste spreekt z'n moedertaal niet, hij was drie toen hij z'n geboorteland verliet. Botan, de oudste, wil voetballer worden en politieman. En Agit? «Ik wil ook politieman worden. Omdat ik van honden en auto's houd.» Botan heeft last van depressies. Hij is veranderd, niet meer het zorgeloze jongetje van vroeger. Op z'n hoede, omdat z'n moeder gauw boos wordt en hem dan slaat. Elif schaamt zich diep, ze weet niet waar die woede vandaan komt. Als ze haar zoon slaat, moet ze direct daarna huilen van spijt, omdat ze zo slecht voor haar kinderen is. Laatst sloeg ze Botan hard, toen zei hij tegen haar: «In deze wereld ben jij mijn moeder en heb je alles over mij te zeggen. Maar als we dood zijn, ben ik je vader. Dan ben ik de baas.» Bijna dagelijks vraagt Botan aan z'n moeder hoe lang hij nog asielzoeker moet zijn. Hij schaamt zich ervoor dat hij in een opvanghuis woont, durft geen vriendjes mee naar huis te nemen. Hij schaamt zich ook voor z'n goedkope kleren en wil een mobiele telefoon, net als de andere kinderen uit z'n klas. Hij hoopt dat hij straks, als ze een eigen huis hebben, een computer mag. Elke dag staat Elif om zeven uur op en maakt ze de kinderen wakker. Ze ontbijten gezamenlijk, met de andere bewoners van het huis. Als ze de kinderen naar school heeft gebracht, ruimt ze de slaapkamertjes op en gaat aan het werk. Ze sorteert kleding die, naast meubels en huishoudapparaten, door Emmaus wordt ingezameld om inkomsten te genereren. Ali is verantwoordelijk voor «het witgoed». Werken is goed, vindt Elif, dan heeft ze tenminste een doel. 's Avonds koken de bewoners per tourbeurt en ze doen samen de afwas. Soms gaat Elif bij kennissen op bezoek, een Koerdisch gezin dat in de buurt woont. Marie Claire maakt een dag mee zoals alle anderen. In verrassend helder Nederlands zegt Elif ineens: «Ik vind mijn leven monotoon. Elke dag is hetzelfde, ik ben net een robot.» Ze had altijd een goede band met haar man, maar door de spanningen is de relatie de afgelopen jaren verslechterd. Eerlijk zegt ze: «Vroeger pasten we bij elkaar, nu niet meer. Ik kan er niets aan doen, maar ik neem het hem kwalijk dat ik in deze situatie zit.» Het hoofd van Elif zit vol. Ze is boos, zegt ze, zo boos. «Ik had echte politieke problemen in mijn land, ik heb echte medische problemen. Zo veel problemen, maar voor de Nederlandse justitie zijn het er niet genoeg. Ik heb in Turkije alles achter moeten laten. Ik had daar een luxe huis, ik ben geen economische vluchteling en toch is de eerste asielaanvraag afgewezen. Nu zitten we in de tweede procedure. Ik weet niet wanneer de uitspraak is; misschien over drie maanden, misschien over anderhalf jaar. Ik moet wachten, steeds maar wachten. Ik snap niet waarom. Hoelang moet ik nog wachten?» De voortdurende, jarenlange onzekerheid breekt asielzoekers op. Wat moet er gebeuren met vluchtelingen die al zoveel jaren in Nederland verblijven, gezinnen waarvan met name de kinderen inmiddels geheel ingeburgerd zijn? Voor een kleine groep geldt een generaal pardon: een aantal zogenaamde schrijnende gevallen (plusminus 2200 mensen) die langer dan vijf jaar in de eerste asielprocedure zijn verwikkeld, hebben een verblijfsvergunning gekregen. Vluchtelingen die ook vijf jaar of langer wachten maar in de tweede procedure zitten, zoals Elif, vallen vooralsnog buiten de boot. Zij lopen na al die tijd nog steeds het risico te worden uitgezet. Is hun situatie minder schrijnend? De publieke verontwaardiging over deze praktijk stijgt. De advocaat van Elif schreef in januari 2003 een brief aan de minister om de situatie van het gezin onder de aandacht te brengen. De familie heeft nog altijd geen antwoord. Wennen in het koude Nederland is moeilijk. Elke keer als Elif zich een beetje thuis begint te voelen moet ze weer verhuizen. Drie keer in vijf jaar is ze verkast. Elif en haar gezin woonden eerst in een asielzoekerscentrum (AZC) in Zwolle. Daarna moesten ze verhuizen naar een AZC op Texel, waar de oudste naar school ging en vriendjes had. Na drie jaar werden ze gesommeerd ook daar weer te vertrekken, naar een AZC in de buurt van Weert. Toen hun eerste asielaanvraag was afgewezen werd het gezin, na nieuwe verhoren, op straat gezet. Wie denkt dat alleen uitgeprocedeerde asielzoekers in Nederland geen recht hebben op opvang vergist zich; ook als ze in de tweede procedure zitten, moeten ze zichzelf maar zien te redden. In veel gevallen verliezen advocaten en hulpverleners hun dakloze cliënten vanaf dat moment uit het oog - ze kunnen hen vaak niet eens bereiken als er ontwikkelingen zijn in hun zaak. Het komt dus voor dat zo'n familie een verblijfsvergunning krijgt en daarvan niet op de hoogte is. Steeds meer gemeentes en particulieren verzetten zich tegen dit inhumane beleid van de regering en vangen dakloze vluchtelingen op. Ook wanneer ze definitief zijn afgewezen, al staat de Nederlandse regering een actief 'uitzetbeleid' van uitgeprocedeerde asielzoekers voor. Zonder gemeentelijke en particuliere initiatieven, zoals het Emmaus opvanghuis, zouden deze mensen nergens terechtkunnen. Elifs gezin is zeker geen uitzondering. Alleen al bij de stichting Vluchtelingen in de Knel, die geheel afhankelijk is van giften, kloppen per maand gemiddeld achttien gezinnen aan: zo'n 25 volwassen en 33 kinderen, van wie twee baby's onder de één jaar. De noodopvanghuizen zitten vol, dus veel gezinnen moeten daadwerkelijk buiten slapen in de vrieskou. Willem-Jan van Wijk, jurist en werkzaam bij Vluchtelingen in de Knel: «Wij komen zo veel schrijnende zaken tegen. In de omgeving van Eindhoven hebben we maar liefst 24 dakloze vrouwen die op het punt staan om te bevallen. Laatst klopte er weer een vluchtelinge met een baby van zes weken bij ons aan. Het aantal dakloze gezinnen is zo sterk toegenomen dat het voor ons inmiddels 'normaal' is geworden. Veel vluchtelingen hebben psychische problemen, zijn erg ziek. Alleenstaanden hebben nog wel kansen, maar wat moeten vrouwen met kinderen? Soms denk ik: hoe houden ze het vol? Ik ben jurist, maar ik geloof niet meer in rechtvaardigheid. Je kúnt kleine kinderen gewoon niet op straat zetten. Overdag mogen ze naar school en dan moeten ze 's nachts zeker in het bos slapen? Het kabinet heeft het over normen en waarden - nou, die zijn ver te zoeken. Hoe kun je dit moreel nog verantwoorden?» Binnenkort verhuist de familie van Elif weer, naar een woning in de buurt die de stichting Vluchtelingen in de Knel voor ze heeft geregeld - vluchtelingen krijgen maximaal een jaar onderdak in het Emmaus huis. De kinderen zitten nu op een leuke school, waar ze vriendjes hebben. Het is te hopen dat ze voorlopig in Eindhoven kunnen blijven. In de lange jaren van wachten is Elifs gezondheid zwaar achteruitgegaan. Ze kreeg hoge koorts, moest overgeven, haar lichaam zat onder de uitslag en ze viel tien kilo af. Volgens de dokter komt het allemaal door de stress. Ook haar man lijdt aan stress; het haar op z'n achterhoofd is in één keer uitgevallen. In het jaarverslag van Emmaus schrijft hij: 'Ik vraag mij af wat er met ons gaat gebeuren als wij niet geaccepteerd worden. Het maakt mij bang en het is vreselijk als ik moet denken dat wij geen plaats hebben om naartoe te gaan. Het is zeer koud. Mensen die het zelf niet hebben ervaren zullen het misschien nooit begrijpen. Buiten is het koud, zeer koud'. Ruim een half jaar geleden bleek Elif ook nog huidkanker te hebben, waaraan ze binnenkort wordt geopereerd. Ze is bang. Bang voor de rechter, bang voor de politie, bang voor de operatie. Bovenal is ze bang dat ze het land uit moet. De broer van haar man woont (legaal) in Frankrijk en telkens als hij op vakantie is in Turkije wordt hij door de politie ondervraagd over Ali - een indicatie van wat Ali te wachten staat als hij terugkeert naar zijn land. De vrijwilligers van Emmaus beschouwt Elif als familie. Het zijn zulke lieve, aardige mensen, zonder hen was ze verloren geweest. «Ik moet moed houden, sterk zijn. Misschien komt het goed,» zegt ze. «Maar als m'n man en de kinderen slapen, huil ik stil. Ik ben zo moe, wil zo graag slapen, maar het lukt niet. Ik kan nooit meer terug naar mijn land. Soms denk ik dat deze situatie m'n dood wordt. Er zijn momenten dat ik dood wíl, dan wil ik naar de zolder gaan en van het dak springen. Ik ben bang voor morgen.» Wat denkt ze te doen als onverhoopt ook de tweede asielaanvraag wordt afgewezen? Gaat ze dan naar Turkije, of duikt ze onder in de illegaliteit? Elif schudt haar hoofd. «Daar kan ik niet aan denken. Het moet goed komen. Ik blijf hier, tot het laatst.» De nieuwe vreemdelingenwet (ingevoerd in 2001) moet voorkomen dat vluchtelingen die nu de asielprocedure ingaan, extreem lang wachten op een beslissing, zoals Elif is overkomen. In principe doet de IND nu binnen een jaar na de asielaanvraag een uitspraak, maar de wachttijd kan oplopen tot twee jaar. Tegen deze uitspraak kan beroep worden ingesteld bij de rechtbank. Willem-Jan van Wijk: «Daar loopt 't alsnog vast, want de rechtbanken zijn helemaal overspannen. Vaak lopen zaken daar vertraging op en duurt het zeker weer een jaar voor er een uitspraak wordt gedaan. Het is dus zeker niet te zeggen dat het nu wél goed gaat.» «Een lief leven» had Elif vroeger. Op haar achttiende trouwde ze met Ali. Als ze daaraan terugdenkt, zie je iets van de oude Elif terug. Ze glimlacht verlegen. Jazeker, ze was «een beetje verliefd» toen. Ze komt uit een rijke familie, het ontbrak haar aan niets in Turkije. Ze woonde nog thuis toen, was altijd op pad met vrienden en vriendinnen. Ze hoefde nauwelijks mee te helpen in het huishouden, haar familie zei: 'Ga jij maar plezier maken, Elif'. Toen ze nog dromen had, wilde ze advocaat worden, om Koerdische activisten bij te staan. Als ze nu naar een foto kijkt van vijf jaar geleden, herkent ze zichzelf niet meer terug; de voortdurende zorgen hebben haar gezicht getekend. «Ik ben 31 jaar,» zegt ze, «Ik ben een jonge vrouw, maar ik voel me 86.» Mist Elif de Turkse bergen, de bomen, de zon? Ach, daar durft ze niet eens meer aan te denken. Alles overheersend is het verlangen naar haar moeder. En naar haar zus, die heel ziek is. Ze droomt bijna elke nacht over haar familie. In een steeds terugkerende droom maakt ze vrolijke foto's van alle familieleden samen. Als ze 's ochtends wakker wordt, vertelt ze telkens weer aan haar man wat ze gedroomd heeft. Hoe het met haar familie is, weet ze niet. Ze durft niet te bellen uit angst voor de politie in Turkije. Die ene keer dat ze toch belde, kon ze niets zeggen en moest ze alleen maar huilen aan de telefoon. Zeven maanden geleden bleek ze zwanger. Van een meisje, dat is Elifs vaste overtuiging. Het was een lang gekoesterde wens van haar om een dochtertje te krijgen. Ze wilde de baby graag houden, maar hoe kon ze in deze omstandigheden nog een kind opvoeden? Wat nu als ze niet in Nederland mocht blijven? Elif lag nachtenlang te piekeren en uiteindelijk liet ze abortus plegen, omdat ze geen andere uitweg zag. Elke dag denkt ze aan het kind dat in haar buik zat, het meisje dat nu al bijna ter wereld zou zijn gekomen. In de winkel kan ze het niet laten om naar roze babykleertjes te kijken en op straat ziet ze ineens overal kleine meisjes. Ze heeft zo'n spijt van de abortus - al weet ze dat ze met haar rug tegen de muur stond. In een ander leven zou Elif moeder zijn geworden van een dochter. Wat kun je doen? Voel je na het lezen van dit artikel de behoefte om vluchtelingen te helpen, dan kun je contact opnemen met VluchtelingenWerk Nederland. Er is altijd behoefte aan vrijwilligers en financiële hulp. Meer informatie: 020-346 7214 of www.vluchtelingenwerk.nl. Ook de stichting Vluchtelingen in de Knel, verbonden aan het Emmaus opvanghuis, (Eindhoven) stelt prijs op je (financiële) hulp. Bel 040-256 9517 om te kijken wat je kunt doen. Voor giften: Rabo-bank rekeningnummer 1700.25.306, ten name van Vluchtelingen in de Knel. Bijschrift grote foto, aan tafel 15.00 uur Elif: «Ik kan nooit meer terug naar mijn land. Waar moet ik heen met mijn kinderen als ik geen verblijfsvergunning krijg?» Bijschrift Edah 16.45 uur Elif heeft 64 euro per week te besteden, waarvan ze kleren moet kopen voor het gezin en alle extra's. De cassière opgewekt: «Zegeltjes?» Bijschrift schoolplein 13.25 uur Botan en Agit spreken vloeiend Nederlands, hebben vriendjes gemaakt en doen het goed op school. Hun diepste wens: een verblijfsvergunning en een computer. Bijschrift aan tafel 12.15 uur Het Emmaus opvanghuis wordt gerund door vrijwilligers. Tussen de middag eten zij samen met de bewoners. Elif beschouwt hen als haar familie. Bijschrift meubels sjouwen 14.15 uur Bij het noodopvanghuis worden tweedehands meubels verkocht om wat inkomsten te genereren. Elif is blij dat ze kan werken. Bijschrift samen op de bank, op hun kamer 19.00 uur Elif verontschuldigt zich wel drie keer voor de rommel op haar kamertje. Ze had altijd een goed huwelijk, maar de band met Ali is door de spanningen verslechterd. Bijschrift de bus/met het stempelboekje 9.00 uur Een keer per maand moet Elif een dag reizen om een stempel bij de IND te halen. Onderweg is ze constant bang voor de politie. Bijschrift de klaarover, op weg naar school 13.10 uur Elif over haar leven: «Elke dag is hetzelfde, ik ben net een robot.» |
© Copyright Siska Mulder - www.siskamulder.nl |
|